Weer thuis. Ja, je leest het goed. Na een jaar reizen zijn we weer thuis. Echt thuis. In ons eigen huis in Rotterdam Kralingen. De sleutel draait weer in het bekende slot, de verwarming staat aan, en hoog ook, want de gevoelstemperatuur is op dit moment -10, en overal staan dozen. Veel dozen. Met kleding, boeken, keukengerei en nog meer spullen waarvan je je soms afvraagt waarom je ze ooit bewaard hebt. Maar ook dozen met souvenirs die we het afgelopen jaar hebben verzameld en die voor ons van grote waarde zijn.
Het huis is nog niet ingericht, de koffers zijn half uitgepakt en ik kan drie verschillende soorten opladers vinden, maar geen schaar. Toch voelt het meteen vertrouwd zodra je weer voet zet op Nederlandse bodem. We zijn er weer. Mijn neefje stond zelfs op Schiphol om ons op te halen – wat een verrassing!
De afgelopen dagen stonden vooral in het teken van bijkletsen. Kerst met familie, lange tafels vol eten en gesprekken met vrienden die je een jaar niet hebt gezien, maar waarbij het voelt alsof je gisteren nog samen koffie dronk. En nu staat Oud & Nieuw voor de deur: champagne drinken met vrienden. Geen vluchten, geen taxi-apps, geen discussies over visa of wifi die het wel of niet doet. Gewoon fietsen door Rotterdam, met veel te koude handen en een muts op je hoofd. Dat was alweer even geleden. In mijn hoofd lag ik gisteren nog op het strand van Koh Kood.
Een jaar reizen klinkt voor veel mensen als één groot avontuur. En dat was het ook. Het grootste avontuur van ons leven. Maar het was niet alleen vakantie. Het was plannen maken en ze weer schrappen. Nieuwe plannen maken en accepteren dat dingen anders lopen dan je had bedacht. Vluchten die niet gingen, wegen die ineens afgesloten waren, geen bereik, geen wifi en soms zelfs geen stroom. En regelmatig mensen die ons niet verstonden, en wij hen ook niet.
Niet alles was te plannen. En als een plan wegviel, moest er snel een ander komen. Zonder al te veel overleg. Misschien is dat wel wat reizen en werken met elkaar gemeen hebben. Je kunt alles voorbereiden, maar uiteindelijk gaat het om hoe je reageert op wat er gebeurt. Overzicht houden, rustig blijven en beslissingen nemen. Of dat nou op 5.000 meter hoogte is in de Himalaya of bij een project in Nederland.
Reizen relativeert. Je ziet hoe weinig er soms nodig is om te functioneren. Hoe mensen overal ter wereld hun werk doen, hun gezin onderhouden en trots zijn op wat ze maken. Druk zijn krijgt een andere betekenis. Problemen ook. En volgens mij schreef ik het al eens eerder: hoe minder mensen hebben, hoe makkelijker ze lijken te lachen. In Azië krijg je die glimlach eigenlijk overal. De mensen zijn vriendelijk. Gewoon omdat het kan.
Nu we weer thuis zijn, merk ik dat ik ook weer zin heb in het Nederlandse ritme. In afspraken met vrienden en de structuur die werken en sporten brengt. Reizen heeft me niet minder ambitieus gemaakt. Misschien weet ik nu juist nog beter wat ik de komende jaren wil en waarom ik dit werk doe.
Dit is mijn laatste column in de reeks Reizen, werken en werven in het Verre Oosten. Het reizen stopt voor nu. Het werken en werven niet. Alleen weer vanuit Kralingen, met uitzicht op de Markthal in plaats van rijstvelden, bergen of megasteden.
En nu weer over tot de orde van de dag; ik ga op zoek naar mensen die ook toe zijn aan een volgende stap. Gewoon hier, in het koude kikkerlandje.