Reizen, werken en werven in het Verre Oosten – Een maand in Nederland

Reizen, werken en werven in het Verre Oosten – Een maand in Nederland

Wie denkt na zeven maanden reizen rust te vinden in Nederland, komt van een koude kermis thuis. Maar wat is het fijn om weer even met familie en vrienden te zijn. Na 2,5 week verhuizen we van Hendrik-Ido-Ambacht naar Overschie in Rotterdam. En hoewel het bijna 30 minuten fietsen is naar ons oude vertrouwde huisje in Kralingen, voelen we ons hier direct weer thuis. Helemaal als we onze eigen fietsen uit de berging halen en heerlijk door de stad kunnen crossen.

De structuur keert langzaam terug. We sporten weer met enige regelmaat, mijmeren dagelijks over wat we ’s avonds zullen eten, en kijken met open mond naar het Nederlandse nieuws. Zonder deze column politiek te maken: wat een verschil met Azië. Punt uit.

Toch begint het na een maand weer te kriebelen. Ons nichtje Noor is geboren, een van de redenen waarom we naar huis kwamen, en langzaam wordt het tijd voor het vervolg van onze reis. Dus hup: spullen kopen, andere spullen opbergen, de berging in en uit, versleten zooi weggooien en tassen opnieuw inpakken. We verhuizen nog één keer, dit keer naar een zijstraat van De Meent. Dichter bij ons eigen huisje én bij de stad.

Het vervolg van de reis stond al een tijdje vast: Japan. Althans, dat dachten we. Ik was er twaalf jaar geleden al eens en herinner me vooral hoe anders Tokio is – van de mensen tot de regels. Niet eten of drinken op straat, nauwelijks prullenbakken en dus de hele dag rondlopen met je eigen afval. Uiteindelijk kiezen we voor meer rust en boeken via Kuala Lumpur tickets naar… Lombok! Geen Bali dit keer, dat vonden we te druk, maar een ander Indonesisch eiland dat nog ongerept schijnt te zijn. Minder toeristen, meer natuur. Klinkt als muziek in de oren.

Zoals ik in mijn vorige column al schreef: in oktober ‘moeten’ we in Nepal zijn. Daar gaan we drie weken wandelen door het Himalaya-gebergte, samen met een bevriend stel. En daar kijken we onwijs naar uit. Gewoon drie weken lang een gids volgen, iemand die zegt wat je moet doen, die je eten maakt en waar weinig beslissingen hoeven te worden genomen. Heerlijk.

Maar… zo’n trekking in Nepal doe je niet op slippers. Daar moet voor getraind worden. En precies dat is het plan voor Lombok: een maand lang sporten, surfen, bewegen en onze conditie opkrikken. In Nederland hebben we alvast een start gemaakt met sportlesjes. Met als resultaat dat ik nu loop als een robot en een toiletbezoek een serieuze uitdaging is. Kortom: werk aan de winkel.

Over Nepal gesproken… de PostNL-bezorger kent inmiddels onze voornaam. Voor zo’n wandeltocht komt namelijk behoorlijk wat kijken: dikke én dunne wandelbroeken, shirts met lange én korte mouwen, sokken, ondergoed – tot zo ver het makkelijke gedeelte. Dan is er nog het lijstje met waterflessen, filters, slaapzakken voor -10 graden, thermokleding en powerbanks. Ik zie door de bomen het bos niet meer, dus ik bestel gewoon alles waarvan ik denk dat het handig kan zijn. Hopelijk komt het op tijd binnen.

Gelukkig is er altijd iets waar ik wél op kan vertrouwen: mijn recruitment skills. Het bellen van kandidaten, het vinden van de perfecte match. Dus vandaag houd ik me bezig met waar ik goed in ben: het zoeken naar een werkvoorbereider in de bouw. Mét uitzicht op de volgende etappe van ons avontuur.