Na zes maanden reizen vertrekken we naar een bestemming die al jaren op mijn lijstje staat: Jeju Island in Zuid-Korea. In de winter koud met sneeuw, en nu de zomer begint vooral warm, vochtig en regenachtig, het is namelijk moessonseizoen. Dit tripje bleef dan ook lang onzeker, want er werd veel, heel veel regen voorspeld. Maar alsof het zo moest zijn, werd het weer steeds beter naarmate de reis dichterbij kwam en boekten we op het laatste moment toch een ticket.
Wat Jeju bijzonder maakt, is dat het een vulkanisch eiland is vol lavagrotten waardoor niet voor niets erkend als UNESCO-natuurerfgoed. Maar wat Jeju voor mij bijzonder maakt, zijn de Haenyeo ookwel: zeevrouwen. Traditionele duiksters die zonder zuurstofflessen de diepte in gaan. Wat begon als een manier om het gezin te onderhouden, groeide uit tot een unieke cultuur vol vakkennis, rituelen en generaties lang doorgegeven wijsheid.
Toen ik over de Haenyeo las, dacht ik meteen: dit wil ik met eigen ogen zien. Tegelijkertijd dacht ik ook dit zal vast een toeristische show zijn, zoals de klederdracht in Volendam, maar niets bleek minder waar. Op onze eerste volle dag in Jeju kwamen er zomaar tien vrouwen van een boot af met hun vangst. Ook op de dagen erna zagen we regelmatig Haenyeo in het water duikend naar zeevruchten om te verkopen.
De Haenyeo dames zijn interessant. Ze werken vaak tot ver na hun pensioenleeftijd, een begrip dat op Jeju duidelijk anders wordt ingevuld dan bij ons. Velen zijn derde of vierde generatie duiker. Ze leren het vak van hun moeder, nemen het over en geven het, als ze geluk hebben, weer door. Op Jeju gaan ze anders om met werk, leeftijd en opvolging dan wij in Nederland gewend zijn.
In Nederland bouwen we keurig aan onze carrière: we starten met een stage, werken toe naar promotie en kijken uit naar ‘later’, minder uren werken, vrijwilligerswerk, een goed pensioen. Maar hoe vaak vragen we ons af: wil iemand eigenlijk wel stoppen? Mijn eigen vader bijvoorbeeld kan in november met pensioen, maar hij ziet het nog helemaal niet zitten. Hij werkt in de haven en net als bij de Haenyeo is dat werk een deel van wie hij is. Misschien nog wel belangrijker: wie neemt het stokje over? In recruitment merk ik dat het onderwerp opvolging vaak pas op tafel komt als iemand zijn ontslag heeft aangekondigd. Dan moeten we ineens snel schakelen.
Op Jeju werkt dat anders. De Haenyeo zijn levende voorbeelden van kennisoverdracht, generatie-opvolging en continuïteit. Meisjes beginnen op hun elfde al met oefenen. Ze leren hun adem inhouden, omgaan met stroming en kou. Niet uit een boekje, maar in de praktijk, onder begeleiding van hun moeder, tante of buurvrouw. Gewapend met niet meer dan een duikbril en een warm duikpak.
Het meest bijzondere? Ze stoppen pas als het lichaam het écht niet meer aankan. Niet omdat het moet, maar omdat het niet meer gaat. En zelfs dan blijven ze betrokken. Ze geven les, helpen bij de coöperatie of koken voor de jonge duikers. Dat is niet alleen mooi, het is ook ontzettend slim. Toch is het voortbestaan van de Haenyeo allesbehalve vanzelfsprekend. De meeste duiksters zijn inmiddels zeventigplus en jongere vrouwen kiezen zelden nog voor dit zware beroep. Het vraagt jarenlange training, is fysiek extreem belastend en levert minder op dan een baan in de stad. Klimaatverandering en vervuiling maken het werk bovendien risicovoller. Een eeuwenoude traditie dreigt te verdwijnen.
Gelukkig zijn er nog altijd vrouwen die, ondanks alles, bewust kiezen voor dit leven in en met de zee. Misschien niet genoeg om het tij te keren, maar wél genoeg om het verhaal voort te laten leven.
In Nederland laten we mensen met bakken ervaring soms zomaar gaan. In plaats van ze actief te betrekken bij kennisoverdracht, nemen we afscheid met een taart en een LinkedIn-post. Wat als we het anders zouden doen? Wat als we, net als de Haenyeo, investeren in generatie-overstijgend werken? Als we oudere medewerkers niet als ‘duur’ of ‘aan hun eind’ zien, maar als dragers van vakmanschap en cultuur? En als we jonge professionals niet pas ná hun inwerkperiode begeleiden, maar al vóór hun eerste werkdag laten meelopen met iemand die het al jaren doet?
Voor nu ga ik een kandidaat bellen, een Projectleider van 59. Hij twijfelt of hij nog van toegevoegde waarde is in zijn vak. Maar de Haenyeo laten me zien: als je passie en kennis hebt, ben je nooit te oud om van betekenis te zijn.