Reizen, werken en werven in het Verre Oosten – De helden van de Himalaya

Reizen, werken en werven in het Verre Oosten – De helden van de Himalaya

De eerste dag in de Himalaya dacht ik nog: Zo, die rugzak van vijf kilo valt best mee. Na dag twee dacht ik: Oké, misschien toch wat veel spullen meegenomen in mijn dagrugzak.

Na dag drie zag ik een porter voorbijlopen met drie rugzakken en twee gasflessen op zijn rug — en dan overdrijf ik echt niet. Toen wist ik: ik heb echt niks te klagen. Nu niet, maar ook in mijn leventje in Nederland niet. En geloof me, ik kan heel goed klagen.

De porters van Nepal zijn de échte helden van de Himalaya. Kleine, tengere mannen die met gemak zestig kilo sjouwen over paden waar ik met moeite overeind blijf. Soms had ik oprecht een duwtje in de rug nodig omdat het pad zo steil omhoogliep. Zij lopen op schoenen die haast geen sneakers te noemen zijn, en soms zelfs op slippers. En dat dagen achter elkaar.

Wij lopen hijgend achter de porters aan, die soms door de bergen lijken te rennen. Wij lopen in onze veel te dure wandelkleding en bergschoenen, met wandelstokken en een zonnebril die meer weegt dan hun rugzak voor de komende twee weken. Bij elke stop bestellen we een ginger tea, terwijl zij stilletjes doorlopen naar de eindbestemming en ervoor zorgen dat onze tassen al netjes in de kamer liggen wanneer wij aankomen.

Het is indrukwekkend, maar ook confronterend. Deze mannen tillen letterlijk alles de berg op: deuren, wc’s, gasflessen, complete keukens. En dat allemaal met een band om hun voorhoofd. Ik krijg al hoofdpijn bij het idee dat je dit allemaal omhoog moet tillen.

Toch doen ze het zonder te mopperen. Altijd vriendelijk, altijd met een glimlach. Alles is altijd ‘Good!’ en er komt standaard een duimpje bij. Echt Engels spreken ze niet, dus communiceren is zo nu en dan best lastig. Gelukkig is daar dan altijd de gids die even vertaalt wat wij tegen hen willen vertellen en andersom. Daarbij zijn ze in Nepal behoorlijk hiërarchisch ingesteld, dus niet bepaald gewend onderdeel te zijn van ‘de groep’. Zo slapen de porters ook ergens anders dan wij, en gezien onze eigen accommodaties wil ik eigenlijk niet eens weten hoe die van hen eruitzien.

Maar goed, ze zijn het gewend en onwijs dankbaar voor het werk dat ze überhaupt hebben. En zo ben ik weer heel blij met de porters, want zonder deze helden zouden wij nooit zo lang de Himalaya in kunnen. Die tas van vijf kilo is nog prima, maar elke dag ruim tien kilo meedragen op ruim 5.000 meter hoogte — dat wordt voor een dame die normaal gesproken onder zeeniveau woont toch wat veel van het goede. Mede dankzij de helden van de Himalaya bereikte ik dus Everest Base Camp!

Want hoe vaak piekeren wij in Nederland niet over werk, deadlines, projecten en planningstools? Hier doen de porters gewoon elke dag weer wat er moet gebeuren: de tassen van toeristen van punt A naar B brengen. Geen Trello, geen Teams-meeting, geen functioneringsgesprek. Gewoon opstaan, sjouwen en doorgaan.

Ook in Nederland hebben we mensen die werkzaamheden van onmisbare waarde uitvoeren. Tuurlijk, iedereen is vervangbaar, maar de monteurs, uitvoerders en planners zijn toch wel de stille krachten achter elk project. Niet altijd zichtbaar, wel cruciaal.

En nu weer over tot de orde van de dag – ik ga op zoek naar een Werkvoorbereider die niet schrikt van een zware klus, en het liefst iemand met net zo veel uithoudingsvermogen als de porters van Nepal.